Politieagent: “Ik heb weinig hoop
dat het ooit weer goed komt”
Ik leg als politieagent met 8 jaar ervaring deze verklaring af bij de BPOC2020 omdat ik vind dat bekend moet worden hoe het er binnen het politiekorps en dan met name binnen de eenheid waar ik werk aan toe gaat sinds de coronacrisis verleden jaar begon.
Niet dat ik hoop heb dat het goed komt. Het is duidelijk dat het korps in opdracht van de overheid toewerkt naar steeds repressiever optreden naar de burgers. We zijn als agenten geen handhavers van de wet meer. We zijn mini-dictators die meewerken aan het uitvoeren van een beleid dat steeds repressiever wordt en vrijheden en rechten, zoals het demonstratierecht, drastisch inperkt.
Er wordt van mij verwacht dat ik burgers bekeur die na de avondklok op straat zijn, of die zonder mondkapje boodschappen doen. Dat ik rondhangende jongeren verbaliseer. Dat ik burgers die gebruik maken van het recht om te demonstreren met geweld verhinder van dat recht gebruik te maken. Dat ik om 6 uur in de ochtend burgers van hun bed licht wegens opruiing omdat zij op social media oproepen je niet aan de maatregelen te houden.

Ik heb een dame van 85 aangehouden omdat zij een poster voor het raam had hangen waarop stond dat corona een leugen is.

Ik heb een oude man verwijderd uit het ziekenhuis die voor controle van zijn hartaandoening kwam, maar geen mondkapje droeg omdat dat juist voor hem een risico vormde. De ontheffing die hij bij zich droeg, ondertekend door zijn huisarts, maakte niets uit. Hij moest weg.

Ik heb meegewerkt aan een inval in een achtertuin waar 8 mensen gezellig bij elkaar waren. De buren hadden gebeld, en wij kwamen opdraven om ze te bekeuren.

Ze waren de verjaardag van een meisje dat die dag 10 was geworden aan het vieren. Het arme kind was volledig in paniek toen wij ouders meenamen wegens belediging omdat ze geroepen hadden dat we dictators waren.

Ik heb een jongen van 13 uit de klas gesleurd die geen mondkapje droeg. De rector had ons gebeld.

Ik kan natuurlijk nog wel even doorgaan, en anekdotes opnoemen van wat ik dagelijks als agent moet doen, maar wanneer ik dit zo achter elkaar opnoem zal het u wel duidelijk zijn dat het woord ‘gewetensbezwaar’ voor mij te zacht is uitgedrukt. Ik werk mee aan het implementeren van een repressief bewind.
In het begin besefte ik dat niet direct. Er was toch een levensgevaarlijk virus dat bestreden moest worden. Dat burgers daar wat vrijheden voor in moesten leveren klonk niet meer dan logisch.
Maar langzamerhand werd duidelijk dat het nooit meer normaal zou worden. Integendeel, het werd alleen maar erger, met wat zogenaamde versoepelingen tussendoor. Intussen is mij en met mij mijn collega’s duidelijk gemaakt door de leiding dat we moeten wennen aan streng optreden, en ons er mentaal voor moeten wapenen dat we de nieuwe wetten zonder coulance moeten afdwingen bij de burger. Er is ons verteld dat wanneer we daar niet tegen konden ander werk moesten gaan zoeken.
Mijn direct leidinggevende maakte pas geleden de opmerking dat ‘het korps door natuurlijke selectie gezuiverd zou worden van de zwakke broeders die het beleid niet uit konden of wilde voeren. Die stappen vanzelf op of worden op de keien gezet’.
Ik ben dus zo’n zwakke broeder. Want ik kan én ik wil het niet meer. Het is onmenselijk. Hier ben ik geen agent voor geworden. Maar ik kan u vertellen dat het gros van de agenten het gewoon doet en blijft doen. Of omdat ze niet ontslagen willen worden, of omdat ze er volledig achter staan burgers te terroriseren.
Ik besluit zoals ik begon: ik heb weinig hoop dat het ooit weer goed komt.
Maart 2021
Bron PDF

Deze verklaring is op schrift gesteld aan de hand van het mondelinge verhoor. Omdat gebruik is gemaakt van transcriptiesoftware kan er sprake zijn van taal- en/of spellingfouten, waarvoor onze excuses..

Door admin

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het laatste COVID-19 Nieuws