Wanhopige ondernemers liggen op ramkoers met kabinet
De horeca, de marktkooplui en nu ook de winkeliers. De ene na de andere sector sleept het kabinet voor de rechter om heropening af te dwingen. En daar blijft het niet bij. Naar verwachting gooien duizenden ondernemers komende weken hun winkeldeuren, sportschool of terras open.
Geen perspectief
De horeca, ‘niet-essentiële’ winkels en sportscholen zitten al maanden dicht, zonder zicht op heropening. Elke persconferentie hopen ze op een datum. Tevergeefs, vooralsnog.
Sinds deze week is de maat vol. Na de horeca, de marktkooplui en de kermisondernemers kiezen ook de winkeliers voor een gang naar de rechter. De lobby in Den Haag lijkt stukgelopen. ‘We hebben hele goede argumenten waarom de winkels weer open kunnen, maar krijgen daar geen antwoord op’, zegt directeur Udo Delfgou. ‘Dat steekt ontzettend. Dus bereiden we een kort geding voor om heropening af te dwingen.’
Late uitbetaling
De horeca ligt al langer op ramkoers met de overheid. Donderdag kondigde Koninklijke Horeca Nederland een tweede rechtszaak tegen de staat aan, ditmaal over de late uitbetaling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL).
Mini-Lowlands
Horecaondernemers zagen knarsetandend hoe Nederlanders eerst massaal het ijs op gingen en daarna in parken van de zon genoten. ‘Het Vondelpark leek gisteren wel een soort mini-Lowlands’, zegt Johan de Vos, uitbater van café Boerke Verschuren in Breda. ‘Ondanks die toestroom moet de horeca dichtblijven. Dat gaat niet meer.’
De Vos is de drijvende kracht achter een landelijke actie om de terrassen op 2 maart weer open te gooien. Enkele duizenden ondernemers hebben zich aangesloten.
Drempel van de herfst
Na meerdere gesneuvelde routekaarten spreekt het Nederlandse kabinet tegenwoordig in voorzichtige bewoordingen over de toekomst. Het kán een mooie zomer worden, zei faal coronaminister Hugo de Jonge dinsdag. ‘Op de drempel van de herfst zou iedereen geprikt moeten zijn.’ Voor ondernemers is dat veel te vaag. Ze willen een datum, iets van perspectief. Bij gebrek daaraan forceren ze de eigen deuren open. Dan maar een boete.
Aan de andere kant van het Kanaal is de route duidelijker. Daar kwam de Britse premier Boris Johnson vorige week met een gedetailleerd plan. Op 12 april gaan de winkels en de terrassen open, vanaf 17 mei mogen gasten weer binnen dineren en op 21 juni lijkt het leven weer enigszins op het oude normaal, inclusief het daarbij horende nachtleven.
Vondelparkfeestjes
Niet alleen ondernemers missen perspectief. Burgerlijke ongehoorzaamheid lijkt inmiddels niet meer voorbehouden aan ‘viruswappies’ op het Malieveld of reljeugd op Urk. In het Amsterdamse Vondelpark moet de politie al dagen op rij feestend publiek naar huis sturen.
In deze fase van de pandemie zwelt de kritiek aan. 45% van de Nederlanders wil een versoepeling van de lockdown, bleek vorige week uit een peiling van onderzoeksbureau I&O. Dat is een verdubbeling ten opzichte van eind januari, terwijl het virus juist weer oplaait. Donderdag rapporteerde het RIVM meer dan vijfduizend besmettingen per dag, voor het eerst sinds 23 januari.
Ook lokale bestuurders pleiten voor meer flexibiliteit. De burgemeesters van Hilversum, Amsterdam, Alkmaar en Breda willen de terrassen heropenen. Als je niet laat zien wat er wel kan, zoeken mensen zelf de ruimte op, menen zij. Op terrassen kun je veiligheid tenminste organiseren.
Brancheclubs
Veelzeggend is de reactie van betrokken brancheclubs. Ze doen het lobbywerk in Den Haag en zijn gebaat bij goede verhoudingen met het Binnenhof. Maar de afgelopen dagen steken ze hun steun voor ongehoorzame ondernemers steeds minder onder stoelen of banken.
Bij Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is de toon duidelijk scherper dan afgelopen woensdag. Toen was zonder toestemming opengaan ‘niet de lijn die we vanuit KHN landelijk voeren’. Inmiddels heeft de brancheclub ‘alle begrip’ voor horeca-ondernemers die terrassen uitstallen. Die wens is ‘een logisch gevolg’ van het coronabeleid, volgens een woordvoerder.
‘Werkgeversorganisaties hebben nu een lastige positie’, zegt Alexander Rinnooy Kan, oud-voorzitter van de Sociaal Economische Raad. (SER). ‘Ze kunnen heel moeilijk hun verantwoordelijke rol spelen en tegelijkertijd recht doen aan de frustraties van hun achterban.’
Peter van Keulen, oprichter van lobbybureau Public Matters, begrijpt waarom de situatie escaleert. ‘De nood is hoog en er zijn nu maatregelen nodig. Ik adviseer iedereen altijd eerst tot tien te tellen en dan pas te handelen. Maar daar is kennelijk geen tijd meer voor. Dat vind ik zorgwekkend.’
Het Nederlandse poldercircuit loopt een deuk op, zegt Van Keulen. ‘Wat vroeger gebeurde in de vergaderzaaltjes, gebeurt nu in het publieke domein, bijvoorbeeld via de media. De nadruk ligt steeds meer op de korte termijn. Daar kun je op de lange termijn last van krijgen.’
Voormalig senator Rinnooy Kan spreekt van een probleem dat ‘breder en dieper speelt’ dan alleen in de polder. ‘In de hele samenleving is sprake van een beschadigd vertrouwen.’
STEM 17 MAART NEDERLAND VRIJ!!

Door admin

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het laatste COVID-19 Nieuws